Wekelijks een portie vis past perfect binnen een gezond voedingspatroon. Waarom? In (vette) vis zitten visvetzuren die positieve effecten hebben op onze gezondheid. Een voorbeeld van een visvetzuur is DHA. In deze blog lees je meer over dit vetzuur en de gezondheidseffecten.
Wat is DHA en waar zit het in?
Er zijn grofweg twee verschillende soorten vetzuren die voor kunnen komen in onze voeding, te weten:
1) verzadigde vetzuren (zijn verkeerd)
2) onverzadigde vetzuren (zijn oké!)
DHA behoort tot één van de omega-3 vetzuren. Deze vallen onder de onverzadigde vetzuren, dus de goede vetten. DHA staat voor docosahexaeenzuur en is vooral te vinden in vis en schelp- en schaaldieren. Vette vissoorten zoals zalm, makreel, haring, sardines en forel bevatten meer DHA dan witte vissoorten. Verder wordt het ook aan sommige margarines en halvarines toegevoegd.
Wist je dat….?
Ons lichaam ook zelf DHA kan aanmaken uit ALA (een ander omega-3 vetzuur).
Dit zijn wel kleine hoeveelheden, waardoor aanvulling vanuit de voeding
nodig is voor positieve gezondheidseffecten.
Wat voor gezondheidseffecten heeft het?
Er wordt vanuit de Gezondheidsraad aanbevolen om twee keer per week een portie vis te consumeren, bij voorkeur vette vis. DHA heeft verschillende gezondheidseffecten. Er is uit onderzoek gebleken dat DHA de risico’s op hart- en vaatziekten verlaagt. Het consumeren van DHA, tijdens de zwangerschap en het geven van borstvoeding, stimuleert de ontwikkeling van de hersenen en het netvlies van de foetus of baby. Ook voor kinderen en volwassenen bevordert DHA de hersenfunctie en het gezichtsvermogen.
Hoeveel DHA heb ik nodig?
Uit onderzoek is gebleken dat een dagelijkse inname van 1 gram DHA uit vis het risico op fatale hart- en vaatziekten met 10% daalt. De Gezondheidsraad adviseert om dagelijks 2 gram omega-3 vetzuren uit vis (EPA en DHA) binnen te krijgen. Indien er wekelijks één portie vette vis wordt genomen, dan krijg je voldoende DHA (en EPA) binnen.
